Welkom op mijn netvlies.

Translate

zondag 6 november 2011

Dans: Frankrijk in de 17e eeuw.

1. Kunst en Kunstenaars in het algemeen.

Dit is de periode van de Barok. De Barok duurde van 1600 tot 1750. De wereld van de barokmens bestaat uit tegenstellingen: Zijn en schijn, aardsheid en bovenaardsheid, vergankelijkheid en eeuwigheid, op- en neergang, de schoonheid en de gruwel enz.
Tegenover de vormschoonheid en het genieten van het leven in de renaissance staat in de Barok veel ernst, veel zwaarwichtigheid en veel melancholie.
Tegenstellingen, spanningen en conflicten (godsdiensttwisten, langdurige oorlogen) kenmerken de levenssituatie.

Het is alsof de barokmens, om zichzelf te blijven en niet ten onder te gaan, zich in een schijnwereld begeeft met zijn theatrale kleding en omgangs vormen.
De kunstenaar beeldt bij voorkeur uit, de mens die zichzelf wil overtreffen als held, veroveraar, heilige, martelaar enz. Bijvoorbeeld, Lodewijk XIV kende zichzelf een goddelijke roeping toe, hij noemde zich God van de Kunsten. In de renaissance streefde men naar harmonie, met de klemtoon op het statische, de kalmte, de rust d.m.v. symmetrie en evenwicht. De barok wil beweging en schept de illusie van onrust door drukke gebaren, theatrale houding en wapperende gewaden.
De barokke kunstenaar streeft minder naar iets moois op zichzelf hij wil vooral iets uitdrukken en indruk maken. Hij werkt vooral op het gevoel van de toeschouwer.
Kunsten droegen bij aan de politieke en maatschappelijke status van hoven.

De kunst vormt het uiterlijke kader van kerkelijke en vorstelijke macht. Dit was een tijd waarin allesbeheersende, absolutistische vorsten regeerden. Een grote hofhuishouding en praalvertoon zijn de uiterlijke kenmerken en de organisatie van het hofamusement in dans, toneel, zang en muziek kreeg de grootste aandacht.

2. Hof van Lodewijk XIV


Lodewijk XIV, bijgenaamd ‘de Zonnekoning’ (Apollo) was koning van 1643 tot 1715. Hij stond bekend als een middelmatig begaafd, oppervlakkig ontwikkeld, weinig belezen koning. Wel bezat hij de uiterlijke majesteit, acteursgave, muzikale gave, ook toewijding en geloof in een goddelijke roeping. Hij slaagde erin geheel Frankrijk dienstbaar te maken aan een cultus die de vergoddelijking nabij kwam.



Zijn hofhouding is door hem groots herschapen in het kasteel van Versailles. Zijn stijl en ceremonieën werden het model voor andere vorstenhoven. In de zestiende eeuw kwam in Frankrijk het ballet al tot grote bloei, vooral het ‘Ballet de Cour’ (het hof- ballet) een muziek-, toneel-, zang- en dansspektakel. 


Lodewijk XIV professionaliseerde de dans door de oprichting van de Académie Royale de la Dance in 1661 voor de scholing van beroepsdansers. In dit instituut werden de technische principes vastgelegd van het academische (klassieke) ballet (zie afbeelding), gebaseerd op de gebruikelijke hof- en volksdansen.

De onnatuurlijke danshoudingen en passen werden gezien als symbool van de onderwerping van de natuur aan de menselijke geest. Bovendien was het hofballet, door zijn verwijzende karakter, een verheerlijking van de absolute monarchie, geïnspireerd door de mythologie.

In eerste instantie traden in het hofballet dan ook alleen mannelijke dansers op, later dansten ook vrouwen mee . Omstreeks 1680 kwam de balletopera op, m.n. dankzij Jean-Baptiste Lully. Hij was de schepper van de nationale Franse opera. Hij ontwikkelde dit genre vanuit het ballet nog grotendeels in Italiaanse stijl (Italië was zijn vaderland). Hierin had de dans vooral het karakter van dansintermezzo, het stond los van de rest van de opera, terwijl het verhaal werd weergegeven door de zang. In deze tijd was het uiterlijk vertoon heel belangrijk waarbij maskers en pruiken, hooggehakte schoenen, barokke kostuums de bewegingsvrijheid en expressie belemmerden. 



---------------------------------------------------------------------------------------------
Louis XIV als 'Zonnekoning' in 'Het ballet van de nacht' (1653) 
Pompeuse kostuums, hoge hakken, pruiken en hoofdtooien waren de standaarduitrusting van de dansers in de ballet-opera's.  
3. Het leven van Jean Baptiste Lully.

Lully werd geboren in 1632 in Florence, Italië. Op 14 jarige leeftijd ging hij naar Frankrijk en werd ‘garçon de chambre’ aan het hof van Lodewijk. Al snel werd hij als violist bij het huiskapel aangesteld.
Op 21-jarige leeftijd werd hij aangesteld als ‘compositeur de la musique instrumentale’ (componist van instrumentale muziek).
Daarna werd hij benoemd tot ‘Maître de la musique de la famille royale’ (meester van de koninklijke muziek).
Van 1663 tot 1673 werkte Lully nauw samen met Molière (een blijspelschrijver) m.n. in een aantal comédie-ballets.
In 1672 kreeg hij het privilege tot het oprichten van een académie Royale de musique. Dit hield ook in dat hij opvoeringen van dramatisch werk in andere theaters moest goedkeuren. Dit gaf hem een monopoliepositie als hofkunstenaar.
De laatste fase in het oeuvre Lully is die van de tragédie-lyrique. 



Muziek voorbeeld uit de opera 'Atys' van Lully:
http://www.digischool.nl/mu/ckv/Ckv23/Hofcultuur/Geluid/lully_slotacte_atys_high.mp3 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen