Welkom op mijn netvlies.

Translate

vrijdag 2 oktober 2015

Bewustmakend verhaal.

Er was eens een kleine oude vrouw die over een stoffige veldweg kwam. Ze was al wel tamelijk oud, maar haar loop was licht en haar lachen had de frisse glans van een onbezorgd meisje. Plots hield ze halt en stopte bij een ineengekrompen gedaante aan de rand van de weg. Ze kon niet veel herkennen en het was al een beetje donker. Het wezen dat daar in het stof aan de rand van de weg ineengedoken zat, leek bijna figuurloos. Het deed haar denken aan een grauw flanellen deken met menselijke vormen. Ze bukte zich voorover en vroeg: "Wie ben jij?". Twee bijna levenloze ogen keken omhoog: "Ik? Ik ben het Verdriet', fluisterde een stem stamelend, zo zacht dat ze bijna niet verstaanbaar was. 'Och, hier, het Verdriet!', riep de kleine vrouw blij, alsof ze een oude bekende tegenkwam.
"Je kent mij?!", vroeg het Verdriet wantrouwend.
"Ja, natuurlijk ken ik jou", antwoordde de vrouw, "steeds weer heb jij mij een stuk begeleid voor ik alleen verder kon door het labyrint van het leven", zei de vrouw.
"Ja, maar", stotterde het Verdriet, "Waarom ontvlucht jij me niet, zoals bijna iedereen?"
"Waarom zou ik voor jou vluchten, mijn lieve schat", antwoordde de vrouw, "Je weet toch maar al te goed dat je iedereen die van je vlucht toch terug inhaalt. Maar ik wilde je vragen waarom jij nu zo moedeloos bent".
"Ik... ik ben verdrietig en voel me eenzaam", antwoordde de grauwe gedaante met gebroken stem. De kleine oude vrouw ging naast haar zitten. "Je bent dus verdrietig", zei ze en knikte vol begrip met haar hoofd, "vertel me eens wat je op dit moment zo bedrukt".
Het Verdriet zuchtte heel diep. Zou er deze keer dan eens iemand echt luisteren? Dat had ze al zo vaak gehoopt. "Ach, weet je, begon ze voorzichtig, het zit zo, niemand moet mij. Het is nu eenmaal mijn bestemming in het leven om onder te mensen te gaan en een tijdje bij hen te blijven. Maar als ik kom, schrikken ze zich een aap en lopen ze van me weg. Ze zijn bang van me en mijden me als de pest".
Het Verdriet slikte nu heel hard, en ging verder: "Ze hebben zelfs spreekwoorden en gezegden uitgevonden om me te verbannen. Dan zeggen ze bijvoorbeeld "Ach, je mag in het leven niet te lang stilstaan bij verlies" of "Je moet nu je rug rechten en je sterk houden". En hun vals lachen en me vermijden brengen alleen maar maagkrampen, spierpijnen en ademnood. Ze zeggen "Wat je in het leven niet kapot maakt, maakt je sterker". En dan krijgen ze hartpijnen. Of ze zeggen "Het leven gaat nu eenmaal door" of "Een tegenslag is ook een slag, zoals bij het kaarten", en daarna voelen ze de spanningen in schouders en nek. Of erger nog: "Alleen zwakke mensen huilen", terwijl hun opgekropte tranen hun hoofd bijna uiteen doen spatten. Of ze verdoven zich met drank, medicatie end drugs, zolang ze mij maar niet hoeven te voelen.
"Och ja", bevestigde de oude vrouw, "ik ben dat soort mensen ook al heel dikwijls tegengekomen".
Het Verdriet zakte nog verder in elkaar. "En dat terwijl ik mensen alleen maar probeer te helpen. Als ik heel dicht bij ben, kunnen ze tenminste zichzelf ontmoeten. Ik help hen een een nest te bouwen waarin ze hun wonden kunnen verzorgen. Wie verdrietig is, heeft een heel dunnen huid. Het leed breekt telkens terug door als een slecht genezen wonde en dat doet pijn. Maar alleen wie mij, het Verdriet, toelaat en alle ongehuilde tranen huilt, kan zijn wonden werkelijk genezen. Maar de mensen willen dat niet, ze willen vaak niet dat ik hun help. In plaats daarvan schminken ze zich een schelle lach over hun littekens. Of ze leggen een dik pantser over hun bitterheid heen". Het Verdriet zweeg en staarde voor zich uit.
Haar huilen was eerst zwak, toen sterk en tenslotte vertwijfeld. De kleine, oude vrouw nam de in elkaar gedoken gedaante troostend in haar armen. Wat voelt ze zacht en warm aan, dacht ze en streelde zachtjes het bevende hoopje. "Rust nu maar wat uit in mijn armen", fluisterde ze liefdevol, "zodat je nieuwe krachten krijgt. Ik zal je vanaf nu wat meer vergezellen, zodat je niet meer alleen hoeft te zijn en zodat de moedeloosheid niet meer van je overneemt". Het Verdriet stopte met huilen en ging rechtop zitten. Ze bekeek haar nieuwe partner verbaasd aan en zei: "Maar... maar... Wie ben jij eigenlijk?".
"Ik?", vroeg de kleine oude vrouw glimlachend, troostend maar ook met de onbezorgdheid van een jong meisje, "Ik? Ik ben de Hoop!".

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen