Welkom op mijn netvlies.

Translate

donderdag 1 december 2011

De zestiende-eeuwse Italiaanse sociale dans

De zestiende eeuw is een periode die wij kennen als de renaissance. Het is een explosieve eeuw met enkele zeer dominerende politieke figuren. Aan het begin van de eeuw wordt Keizer Karel geboren te Gent, die geheel Europa 50 jaar lang zal domineren. Aan het eind van zestiende eeuw regeert Elisabeth I over Engeland.

Het is ook een tijd waarin de godsdienstoorlog fel woedt. In de buurt van Madrid bouwt Filips II zijn Escuriaal, een bolwerk van verankerd Katholicisme, terwijl Luther en Calvijn een andere godsdienst prediken. In Frankrijk vecht de Italiaanse Catharina de Medici tegen de Hugenoten.

Maar de Europese vorsten zijn ook verwoede kunstliefhebbers. Het collectioneren van schilderijen en wandtapijten of kostbare curiosa is een tijdsverdrijf aan de hoven. De zucht naar luxe en praal bereikt een hoogtepunt. Het begrip ‘decadent’ misstaat hier niet. Een maniërisme, een gekunsteldheid zal op het einde van deze eeuw het esthetisch denken bepalen.

De danskunst ontkomt er niet aan. In 1581 verschijnt "Il Ballarino", een dansboek geschreven door Fabritio Caroso. In 1602 krijgen we "Le Gratie d’Amore" te lezen, een dansboek geschreven door Cesare Negri, een dansmeester uit Milaan. De dansboeken zijn gedrukt, wat hun verspreiding in Italië en de rest van Europa mogelijk maakt. Aan het hof in Engeland bezat men enkele Italiaanse exemplaren. Ook in Spanje zal er eentje aanwezig geweest zijn. Negri's werk is immers opgedragen aan Filips III, koning van Spanje.

"Le Gratie d’Amore" bevat een lijst van de meest bekende Italiaanse dansmeesters die aan het eind van de zestiende eeuw werkzaam waren en die ons een beeld geven hoe sterk de Italiaanse danskunst verspreid was over het toenmalige Europa. Een zekere Giovanni Ambrosio Valchiera uit Milaan werkte voor verschillende Vlaamse prinsen; of Cesare Agosto Parmegiano, een leerling van Negri, stond bekend als een uitstekend gagliarda-danser en musicus. Zijn werkterrein was Vlaanderen. Andere dansleraars werkten in Frankrijk, Engeland, Duitsland en Polen. De hofdanskunst in de zestiende eeuw werd dus sterk bepaald door de Italiaanse smaak.

Zowel Caroso als Negri vangen hun traktaat aan met 'de manier waarop men staat of wandelt'. De natuurlijke houding, mooi rechtop, knieën gestrekt, rechte rug, armen hangend naast het lichaam, is de houding waaruit de zestiende-eeuwse danser vertrekt. Er is nog geen sprake van een bewuste uitdraaiing van het been, noch van de vijf posities, noch van een port de bras.

Een belangrijke evolutie in de 16de-eeuwse danskunst is de ontwikkeling van de sprong, in al zijn vormen. Gaande van de kleine zoppetto (hopje) in de trage pavane-dansen, tot de capriola cinque, een soort entrechat cinq met parallelle voeten. Om de capriola te oefenen adviseert Negri zijn studenten om tussen een stoel en een tafel te gaan staan. Men drukt zich op zodat de voeten van de grond komen. In deze positie probeert men de benen en de kuiten flink heen en weer te bewegen.

De sprong is het domein van de man. En de zestiende eeuw biedt dan ook een uitstekend podium voor de mannelijke danser. De dansstijl is krachtig, energiek en virtuoos te noemen. De dame tempert dit beeld door een gracieus, zacht bewegen. In solopartijen zijn haar variaties meer glijdend, minder gesprongen maar niet wars van enige virtuoze techniek. Caroso heft zijn beschrijvingen van virtuoze solopartijen steeds aan met de fraze: 'Indien de dame deze danspassen niet uitvoeren kan moet ze zich concentreren op een meer eenvoudige combinatie'.

Het balletto is de meest voorkomende dansvorm in de Italiaanse traktaten. Deze dans is meestal een samenstelling van twee of meerdere muzikale strukturen, zoals daar zijn: pavane, gagliarda, saltarello en canario. Het balletto kan men zien als een afgeronde kleine choreografie waarin met ritme en tempo wordt gespeeld. Elk balletto was opgedragen aan een vooraanstaande dame uit de Italiaanse hoofse kringen. Ze krijgen namen als "Celeste Giglio" (Hemelse Lelie) of "Chiara Stella" (Heldere Ster).

Naast het balletto staat de cascarda, een dans in vlugge driekwartsmaat, met een regelmatig terugkerend refrein. Hij wordt dikwijls bedacht voor een trio, een combinatie die snelle kettingen mogelijk maakt. Ook deze cascarde worden bedacht met ronkende namen als "Bella Gioiosa" (de mooie opgewekte) of "Leggiadra d'Amore" (de lichtvoetige liefde) .

Daarnaast vinden we een aantal gezelschapsdansen voor meerdere dansers, variërend van vier tot acht. Maar de voorbeelden die Caroso of Negri ons geven zijn reeds zo complex van aard dat ze niet dansbaar zijn zonder dat het gezelschap ze heeft ingestudeerd. Gezelschapsdansen uit latere periodes (zeventiende en achttiende eeuw) hebben vaste danspatronen die steeds terugkomen en dus gemakkelijk te onthouden zijn. Bij Caroso en Negri valt er te oefenen.

Eenvoudige dansen, waarin iedereen kon meedansen, zullen er hoogst waarschijnlijk wel geweest zijn. Misschien namen Caroso en Negri niet de moeite om ze te noteren. Het deftige, officiële karakter van een dansavond zal wel doorbroken worden wanneer de dans "La Caccia d'Amore" begon, een dans voor verscheidene koppels, genoteerd door Negri. Na een eenvoudige inleiding met buigingen en symmetrische plaatswissels begint de echte jacht der liefde. Elk koppel danst om beurt de rij naar beneden. Echter helemaal achteraan gekomen rukt de dame zich los en tracht de heer, na heel wat heen en weer geren, haar bij de hand te vatten. Met of zonder hulp van de mededansers, beëindigt het koppel de jacht op elkaar met een Riverenza. De dans eindigt met een gagliarda-figuur waarbij de heren elkaars dame proberen te roven.

Dat dit soort dansen niet door iedereen werd geapprecieerd wordt duidelijk door de gedrukte pamfletten of boekjes tegen de dans die in de zestiende eeuw over geheel Europa opduiken. Ze komen hoofdzakelijk uit de klerikale hoek, maar ook burgerlijke partijen vinden de vrije omgang tussen de sexen verwerpelijk. Er ontstaat een heen en weer geschrijf over de morele waarde van de dans, iets wat de hoge adellijke kringen wellicht negeerden.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen